Darmen

Barrett Slokdarm

barrett slokdarm
endoscopische opname van een
barrett slokdarm: de donkere zone
zijn metaplastische cellen

Barrett slokdarm is een aandoening waarbij het normale slijmvlies in het onderste deel van de slokdarm wordt vervangen door darmslijmvlies. Men noemt dit proces intestinale metaplasie.

De oorzaak is niet duidelijk maar er is een duidelijke link met gastro-oesofagale reflux: ongeveer 1 op 10 mensen met reflux ontwikkelen een Barrett slokdarm. De ziekte wordt vaker gezien bij mannen, bij personen ouder dan 50 jaar en bij blanken.

Symptomen van Barrett Slokdarm

Mensen met een Barrett slokdarm hebben ondervinden hier meestal geen last van. Gezien de duidelijk link met gastro-oesofagale reflux kunnen wel symptomen van brandend maagzuur aanwezig zijn.

Het grote gevaar van Barrett slokdarm ligt in het feit dat de ziekte kan evolueren naar slokdarmkanker.

De metaplastische cellen kunnen dysplastisch worden: dysplasie is een verandering in de cellen die een voorloper van kanker kan zijn. Men onderscheid laaggradige en hooggradige dysplasie. Bij hooggradige dysplasie is er een vrij grote kans dat de ziekte evolueert naar een kwaadaardig adenocarcinoom.

Ongeveer 5 op 100 gevallen van Barrett slokdarm evolueren uiteindelijk naar het kwaadaardige adenocarcinoom.

Diagnose van Barrett Slokdarm

De diagnose wordt gesteld met een endoscopisch onderzoek. Een dunne buis met een miniatuurcamera wordt via de mond in de slokdarm gebracht. De aantasting van het slijmvlies wordt op die manier in beeld gebracht en er kunnen via deze weg ook weefselbiopsieën (staalnames) genomen worden voor microscopisch onderzoek. Dysplastische cellen kunnen enkel microscopisch onderscheiden worden.

Indien men een Barrett slokdarm heeft is het aan te raden om regelmatige endoscopische controles uit te laten voeren. Afhankelijk van het aanwezig zijn van dysplastische cellen en het stadium ervan kunnen deze controles

Behandeling van Barrett Slokdarm

De behandeling hangt af van het stadium: zonder dysplastische cellen volstaan regelmatige controles elke 3 of 5 jaar.

Bij laaggradige dysplasie zal men frequentere controles uitvoeren.

Gezien het vrij grote risico op kwaadaardige ontaarding zal bij hooggradige dysplasie meestal overgegaan worden tot het endoscopisch wegnemen van het aangetaste slokdarmslijmvlies in combinatie met radiotherapie.

Bij kwaadaardige ontaarding is de behandeling van slokdarmkanker van toepassing.